Home » oorlogsbegraafplaatsen » organisatie registratie gesneuvelden
langsbanner13-126.jpg

organisatie en registratie van de gesneuvelden

Langs welke weg en op welke wijze kwam de gesneuvelde militair in wereldoorlog 1 vanaf het slagveld uiteidelijk in één van de vele indrukwekkende “war cemeteries”?  zie hiervoor ook bij war cemeteries onder tyne cot cemetery.

 Het BEF was absoluut niet voorbereid om de grote aantalllen gesneuvelden te registreren en netjes te begraven. Direct bij het begin al in september 1914 bij het terug trekken na Mons zag Fabian Ware als hoofd van een Rode Kruis eenheid grote aantallen graven luk raak verspreid over het slagveld en zag dat er wat geregistereerd moest worden. Er was op dat moment geen centrale organisatie die ervoor verantwoordelijk was dat ergens centraal gegevens werden vast gelegd. Ware begon hier nu zelf mee nu nog als Rode Kruis  official. 

Ontwikkelingen tijdens de oorlog

Gedurende de eerste 2 jaar van de oorlog werd de afdeling van Fabian Ware van het Rode Kruis erkend als de organisatie die verantwoordelijk was voor het localiseren, vastleggen, fotograferen en zorg voor de graven op het slagveld in België en Frankrijk. Dit werk breidde zich met de oorlog uit ook naar Palestina, Mesopotanië in Irak, Gallipolo en in Italië.

Gedurende de gehele eerste wereldoorlog viel het ter aarde bestellen van gesneuvelde militairen onder de verantwoordelijkheid van het veldleger. Op de minder gevaarlijke locaties was dat geen probleem en kon het keurig gebeuren door speciale eenheden onder leiding van een aangewezen officier of een geestelijke, vaak in de buurt van een verbandpost of “dressing station”. Veel begraafplaatsen ontstonden zo bij de “casuality claering station’s” (CCS), verder bij de veldhospitalen. De graven werden aanvankelijk gemarkeerd met een houten kruis met details en een notitie over de nauwkeurige locatie.  Veel Duitse omgekomen militairen in de slag bij de Marne werden nog en masse verbrand op brandstapels. 

 

In maart 1915 kwam er een Graves Registration Commission, in oktober 1915 geincorporeerd in het leger en in februari 1916 werd door Fabian Ware het de “Directorate of Graves Registration & Enquiries (DGR&E) opgericht. Deze Graves Registration Unit nam de verantwoordelijkheid voor het registreren en van het begraven van de doden over, maar het was de militaire eenheid die daadwerkelijk zorgde voor de begrafenis.

 

Tijdens gevechten en onder vuur was het begraven niet zo gemakkelijk, het moest haastig gebeuren door de front troepen vaak onder de bescherming van de nachtelijke duisternis. Vaak ook bleef de gesneuvelde liggen als het eenvoudig weg te riskant was of wanneer de gesneuvelde praktisch was verdwenen bij granaatontploffingen ed. Het graf werd gemarkeerd met een paaltje of zoiets, een geschreven notitie werd in een fles gedaan dat mee in het graf ging. De exacte plaats werd genoteerd met hulp van een kaart.

 

Details werden gestuurd naar de militaire autoriteiten waaronder de DGR&E die dus zorgde voor het bijhouden van graven en onderhandelde met autoriteiten over het ingenomen stuk land. Het Rode Kruis was er ook nog bij betrokken, er werd gezorgd voor het sturen van foto’s van het graf naar de familie.

 

 

 

Maar Fabian Ware was zich bewust dat dit niet voldoende was, er moest ook verder voor de graven worden gezorgd. Dit leidde in 1917 to het oprichten van de Imperial War Graves Commission met de prins van Wales als eerste president.

Bij het ter aarde bestellen van de gesneuvelde militair stond het identificeren voorop zoals werd vastgelegd in een order:

 to take from their pockets pay books and personal effects, such as money, watches, rings, photos, letters and so on, one identification disk had also to be removed, the other being left on the body. Boots were supposed to be removed, if possible, as salvage was the order of the day. A small white bag was provided for each man's effects, the neck of which was to be securely tied and his identity disc attached thereto

Dit identificeren van een gesneuvelde soldaat was bepaald geen prettig werk en zo ervaarde men dat ook.

 

 

Zo waren in 1918 over alle slagvelden van het westelijk front 94.649 graven en 57.148 niet geverifieerde graven geregistereerd.

Het belang van een ordentelijke begrafenis

Ook voor het handhaven van het moraal der troepen was het netjes begraven van een gesneuvelde soldaat essentieel. Een geestelijke noteerde:

Burials on active service had very great practical importance. In the first place if one had buried a man's body one knew for certain that he was dead. Secondly, nothing is more depressing to the living to see unburied dead about them. In some areas e.g. at Beaumont Hamel in the winter of 1916 the ground was covered with unburied dead and it became a matter of real military importance that the work of burial should be conducted.

Ook Fabian Ware dacht er zo over (juni 1917):

We are on the verge over here of serious trouble about the number of bodies lying out still unburied on the Somme battlefields. The soldiers returning wounded or in leave to England are complaining bitterly about it and the War Office has already received letters on the matter.

Discussie ging toen over: moeten eigen troepen zorgen voor het begraven en vervolgens weer in gezet worden. Zowel het begraven van naasten, soms familie en het vervolgens zelf weer ingezet worden werkt slecht op het moraal.

Often have I picked up the remains of a fine brave man on a shovel. Just a little heap of bones and maggots (maden) to be carried to the common burial place. Numerous bodies were found lying submerged in the water in shell holes and mine craters; bodies that seemed quite whole, but which became like huge masses of white, slimy chalk when we handled them. I shuddered as my hands, covered in soft flesh and slime, moved about in search of the disc (naamplaatje), and I have had to pull bodies to pieces in order that they should not be buried unknown. It was very painful to have to bury the unknown.

Many men who have stood it all, cannot stand this clearing of the battlefield...no words can tell you all I feel, nor can words tell you of the horrors of clearing a battlefield. This Battalion was left to do that, and several men went off with shell-shock...caused not just by the explosion of a shell nearby, but by the sights and smell and horror of the battlefield in general. I felt dreadful, and had to do my best to keep the men up to the task

no-time-for-burial-picnic24-1.large.jpg

Direct na de oorlog:

Aan het einde van de oorlog had nauwelijks de helft van de gesneuvelden een net graf in wat een oorlogskerkhof genoemd kan worden. In het verwoeste landschap lagen de provisorische soldaten begraafplaatsen her en der, soms in clusters verspreid. Daarnaast waren er de duizenden geisoleerde graven met daarbij nog de overblijfselen van de niet begravenen. De registraties van Ware hielpen mee bij het localiseren van zoveel mogelijk gesneuvelden. De nu volgende werkzaamheden staan bekend als “Post-war clearance of the battlefields”,  160.000 geisoleerde graven en de kleinere clusters van begraafplaatsen werden geconcentreerd met daarnaast het localiseren en zoveel mogelijk identificeren van de “missing” .

Het werk van het “schoonmaken” begon in november 1918 met “de Graves Concentration Units” of “Exhumanation Companies ” , op basis van vrijwilligheid maar waarvoor wel extra werd betaald. Aanwijzingen voor het bestaan van een graf waren: geweer naar boven met een helm erop, resten steken boven de grond uit, ratteholen met stukje bot, verkleurde aarde, gras, water ed.

De resten werden gelegd op canvas gedrenkt met cresol (desinfectans), er werd gezocht in de zakken van het uniform, bij de hals, pols en  riemen naar aanwijzingen voor identificatie.

Een beschrijving van de identificatiepogingen was als volgt:

 Exhumed a grave found in a wood between St Marguerite and Missy. This grave contained an unknown British soldier wearing boots made by UNITY CO-OP SOCY LTD RINGSTEAD 1913. The remains were found in a swamp and had to be recovered from a foot of water. Nothing by which the remains could be identified could be found

Body reported by one of a gang. This was not identified even partially, though very careful search was made, the boots scraped and coloured silk handkerchief examined. This was probably a 1914 soldier as date on boots was 1914.

Vervolgens werd het lichaam meegenomen en opnieuw ter aarde besteld.

registration-unit-rcol-img-diggers-1.large.jpg

een Grave's Concentration Unit bezig na afloop van de oorlog

De Duitse oorlogskerkhoven

Deze worden verzorgd door de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge (VDK), maar kwam pas na 1926 in actie. Op dat moment lagen de Duitse graven er maar matig bij met overal nog de houten kruisen die waren ingestreken met teerverf waardoor ze zwart waren. De DVK verving ze voor donkere metalen kruisen om zo het kerkhof een ingetogen wat sombere sfeer te geven. Het Duitse oorlogskerkhof heeft daardoor direct al een heel ander karakter dan de geallieerde "war cemeteries" met de witte zerken.

 

Na de eerste slag bij de Marne in september 1914 lag het slagveld bezaaid met gesneuvelden. De geallieerde overledenen kregen elk een provisorisch graf. De Duitse gesneuvelden werden op een hoop gelegd, met benzine overgoten en verbrand (uit Gibbs: Soul of war). Kan een reden zijn voor een veel kleiner aantal Duitse oorlogskerhoven in dit gebied.